Kunstmatige omstorting
Drinkwaterbedrijven moeten dagelijks voldoen aan de grote vraag naar schoon, zuiver drinkwater. Een afname in capaciteit van een put is daarbij zeker niet wenselijk.
Voor een optimale werking van een filtersysteem is de formatie van de watervoerende bodemlaag waarin de filterbuis wordt aangebracht van groot belang. De overgang van de buis naar de bodem noemt men omstorting De korrelgrootte verdeling van de bodem bepaalt de ideale omstorting en deze omstorting bepaald weer de ideale wijdte van de filterspleet(= perforatie Een juiste afstemming tussen de grondsamenstelling en de perforatie in de filterbuis voorkomt zandlevering en zorgt ervoor dat het filter aan een hoge, regenereerbare hydraulische capaciteit voldoet.
Homogeen vs. heterogeen
Bij een homogene bodemstructuur is een juiste berekening van de perforatie mogelijk. Men gaat in deze situatie uit van het kleinste aanwezige zanddeeltje en stemt daar de breedte van de filterspleet op af. Bij de aanleg van een filter maakt men dus gebruik van de natuurlijk aanwezige omstorting.
Echter is de bodem in Nederland, maar ook daarbuiten, vaak verre van homogeen Hierdoor is het bijna onmogelijk om een filterbuis met de juiste perforatie aan te leggen zonder dat er teveel zandlevering plaatsvindt. Bij verticale putten werd daarom vrijwel standaard een kunstmatige omstorting aangebracht om dit te voorkomen.
Nu ook horizontaal mogelijk
Met een innovatieve, maar beproefde methode is het nu ook mogelijk om bij een horizontale filterbuis een kunstmatige omstorting aan te brengen. Hierbij wordt een zandpakket om de filterbuis gelegd dat kunstmatig homogeen gemaakt is. De berekening van de juiste grootte van de filterspleten is hierdoor weer mogelijk. Bij de aanleg van een HDDW kan het zandpakket zowel bovengronds als ondergronds worden aangebracht. Een kunstmatige omstorting voorkomt zandlevering en houdt de capaciteit optimaal.
Door de keuze tussen een natuurlijke of kunstmatige omstorting kan de HDDW in (bijna) iedere grond worden aangelegd.


